Een typische dag in Baltimore

De ochtend begint met drie uur intensief piano studeren. Van de drie B’s – Bach, Beethoven en Brahms – naar de Amerikaanse componist Ives; alles komt voorbij. Vervolgens de switch van mind naar body: tijd om te sporten. Wordt het een krachttraining? Of wellicht een lange squash partij met vrienden in de sportschool van de Johns Hopkins University? Nee, vandaag is het zonnig; de perfecte gelegenheid om op en neer te rennen naar de haven van Baltimore en te genieten van het uitzicht. “Daisy, kom je mee?” vraag ik aan mijn vriendin. Een half uur laten rennen we richting de haven, maar door de adrenaline struikelt ze en even later bevinden we ons in een ambulance op weg naar het ziekenhuis. De ambulancebroeders zijn duidelijk niet onder de indruk: “een gebroken enkel? Dat is niets, we zijn eigenlijk alleen maar schietpartijen gewend, op paaszondag nog vijf in West Baltimore.” Welcome to Baltimore. De dag vervolgt met de wekelijkse sonate les bij mijn eigen docent, de befaamde Mrs. Mack. De klas bestaat uit verschillende duo’s die elke week een deel van hun sonate ten gehore brengen. Voor mij en mijn violiste Kaleigh is Schubert de uitdaging. Na een uitgebreid diner bij cafetaria Sage – het is elke dag weer een hele opgave de pizza en patat te laten staan – is het tijd om nog even twee uurtjes achter de piano door te brengen. De dag loopt ten einde: “Soojeong wat ben jij aan het doen? Houden we een filmavond, of is er nog een recital of concert waar we heen kunnen gaan?”. Of misschien toch maar vroeg naar bed, morgen weer een nieuwe dag.

In Nederland leefde ik in drie steden: Amsterdam, Nijmegen en Groningen. In Amsterdam had ik mijn eigen appartementje en studeerde ik piano aan het Conservatorium van Amsterdam. Twee à drie keer per week moest ik op en neer naar Nijmegen voor mijn rechtenstudie aan de Radboud Universiteit. Groningen was de plek voor ontspanning bij mijn ouders en gaf mij de mogelijkheid om uren te maken achter mijn eigen vleugel. Mijn leven in Baltimore, daarentegen, speelt zich af binnen een straal van 7.5 kilometer. Het Peabody Institute bestaat uit vier met elkaar verbonden gebouwen waarin alle aspecten noodzakelijk voor het leven van een musicus zijn vertegenwoordigd. De Homewood campus van de Johns Hopkins University – de plek waar het onderwijs van andere studies wordt gegeven – en de Hopkins sportschool bevinden zich zes kilometer verderop; de centrale haven van Baltimore, waar ik terecht kan voor ontspanning, is anderhalf kilometer te voet. Ik woon op de Peabody campus, binnen dertig stappen ben ik in de cafetaria waar ik elke dag kan eten (zonder boodschappen te doen, te koken en af te wassen). Vanaf de cafetaria ben ik twee trappen verwijderd van de studeerkamers en wil ik vervolgens naar mijn pianoles toe dan loop ik via de verbindingsgangen naar het 160 jaar oude Conservatoriumgebouw. De lift naar beneden leidt me naar de beroemde George Peabody Library, of een van de concertzalen voor recitals van de studenten en vanuit daar ben ik binnen dertig stappen weer in mijn eigen slaapkamer. Het is mogelijk Peabody te overleven zonder ooit buiten te komen voor wat frisse lucht. Voor het eerst in een lange tijd ervaar ik geen stress en voel ik de tijd om rustig te kunnen lunchen zonder me schuldig te voelen over het niet nuttig besteden van mijn tijd en zonder stress over wat ik ’s avonds allemaal nog moet doen.

Een leven zonder stress geeft ruimte voor focus, volledige aandacht voor de muziek. Tijd om twee keer per week te luisteren naar een concert door studenten of door het professionele symfonieorkest van Baltimore (Baltimore Symphony Orchestra). Ruimte in mijn hoofd om een hele dag in de bibliotheek te zitten en te luisteren naar verschillende uitvoeringen van het stuk dat ik aan het studeren ben of juist naar andere instrumentale composities van dezelfde componist. De mogelijkheid om uren achter de piano door te brengen en te zoeken naar die ene klank die vastzit in mijn hoofd, maar er nog niet uit kon komen door technische belemmeringen. Tegelijkertijd creëert een leven zonder stress ook tijd om drie keer per week te sporten, om geest en lichaam in balans te brengen. Tijd om met vrienden naar de film te gaan en spontaan een hele nacht te ouwehoeren. Tijd om die ene roman te lezen die anders alleen maar tijdens vakanties wordt aangeraakt. Tijd voor persoonlijke groei en ontwikkeling.

Met het verdwijnen van de stress die voortkwam uit het leven van een dubbelleven, is tegelijkertijd wel een nieuwe vorm van stress ontstaan: de stress van HET perfectionisme (bestaat er überhaupt zoiets als perfectionisme in een kunstdiscipline?). De volledige focus op piano leidt tot nog kritische oren, vooral als de eigen docent een onmogelijk hoge standaard heeft. Het gaan tot de grenzen en verder, zoals we onder andere kennen van de typische Hollywood films, is dagelijkse kost aan het Peabody Institute. Complimenten worden marginaal uitgedeeld; een overdosis aan kritiek is altijd aanwezig. Mijn 26-jarige geest kan het aan en neemt het soms met een korreltje zout, maar een olifantshuid is zeker nodig in de Verenigde Staten. Mrs. Mack is scherp, streng, eerlijk, direct, en ziet en hoort alles. Alles in de muziek en mijn pianospel en tegelijkertijd (bijna) alles in mijn persoonlijkheid. Het vooruitzicht van een wekelijkse confrontatie met wie ik ben als musicus en mens houdt mij woke. Een Amerikaanse uitdrukking voor: bewust zijn. Oorspronkelijk gericht op raciale kwesties en sociale onrechtvaardigheden, maar ook als slang gebruikt voor het wakker en scherp zijn in het dagelijks leven.

Woke zijn stelt mij ook in staat me open te stellen voor de Amerikaanse cultuur met al haar positieve en negatieve kanten. Raciale kwesties en sociale onrechtvaardigheden zijn hier onderdeel van het dagelijks leven. Zo zijn er regelmatig onderlinge spanningen tussen de studenten. Een van de dingen waar ik het meeste aan moest wennen, is dat ik hier niet alleen over straat kan lopen. Nederland is veilig en voor mijn verhuizing naar Baltimore was ik me daar nooit zo bewust van. Elk moment dat ik over straat loop in Baltimore ben ik me bewust van mijn omgeving; wie loopt waar en wie doet wat? Er zijn zeer veel daklozen in Baltimore en de stad behoort tot de top tien steden met de meeste criminaliteit. Vooral in de buitenwijken vallen dagelijks doden door schietpartijen, of het nu te maken heeft met drugs, de verschillende gangs, of met de pure wanhoop ten gevolge van een uitzichtloos bestaan, de realiteit is hartverscheurend.

Mijn leven in Baltimore en aan het Peabody Institute van de Johns Hopkins University is een perfecte weerspiegeling van de Verenigde Staten als land van extremen. Aan de ene kant de isolatie van de bevoorrechte student die zich een studie aan een van de beste universiteiten van het land kan veroorloven. Dit komt neer op een veilig en luxe leven waarin overal op de campus beveiliging rondloopt, een private shuttle op en neer rijdt tussen de campus en de stad tot drie uur in de nacht, ontelbare mogelijkheden zijn voor academische en persoonlijke ontwikkeling, maar waarin tegelijkertijd moet worden voldaan aan extreem hoge verwachtingen en de opgebouwde torenhoge studieschulden later moeten worden afbetaald. Aan de andere kant wonen een paar straten verderop – in de achterbuurten – de arme gezinnen, de hustlers, de verslaafden en de daklozen – de mensen die elke dag opnieuw moeten zien te overleven. Het contrast tussen de dagelijkse inspiratie aan Peabody en de dagelijkse confrontatie met de duistere kanten van het leven, doet mij nog maar eens realiseren hoe gelukkig en dankbaar ik ben dat ik de mogelijkheid heb gekregen dit avontuur aan te gaan en houdt mij tegelijkertijd scherp om er alles uit te halen.

 

 

One thought on “Een typische dag in Baltimore

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *